| Terugvalrisico bij eierstokkanker |
| Veel patiënten
met eierstokkanker krijgen binnen één tot twee jaar
een terugval, zogenaamde recurrentie, ondanks een schijnbaar succesvolle
behandeling met een operatie en chemotherapie die tot een volledige
verwijdering van de tumor leidden.
Tot nu toe bestond er geen op wetenschap gebaseerde behandeling
voor de preventie van deze mogelijke terugval. Er waren bijgevolg
geen bewijzen dat een uitbreiding van de chemotherapie als onderhoudsbehandeling
de overlevingstijd zou verlengen.
Als een terugval optreedt, zijn de therapeutische mogelijkheden
beperkt en wordt de aandoening in de meeste gevallen als niet langer
geneeslijk beschouwd.
|
| Eierstoktumor –
Standaardbehandeling |
| Eerstelijns-
behandeling |
‘Kijk
toe en
wacht af’
(Abwarten und Beobachtung, keine
Behandlung ugelassen) |
Tweedelijns-
chemotherapie |
Heelkunde + Chemotherapie
|
Volledige respons

~18 maanden
|

Herval |
|
| 50% mortaliteit
5 jaar na de diagnose.
Bij een late diagnose bereikt de mortaliteit 90%
|
|
|
Een nieuw therapeutisch principe: vaccinatie met de abagovomab antistof
Een vaccinatie om een terugval te voorkomen, is een volledig
nieuwe therapeutische benadering. De actieve stof abagovomab is
een monoklonale antistof die het immuunsysteem kan stimuleren
om tumorspecifieke antistoffen te produceren.
|
De tumorcellen van het ovariumcarcinoom
vertonen het CA 125-antigen op hun oppervlak.
Abagovomab presenteert het vrouwelijke immuunsysteem met een eiwit
dat heel sterk op het tumorale CA 125-antigen lijkt, maar er toch
zodanig van verschilt, dat het vrouwelijke immuunsysteem een immuunreactie
opstart waarbij specifieke antistoffen worden gevormd die het eiwit
CA125, dat typisch is voor eierstokkanker, herkennen en bestrijden.
Dat betekent dat het lichaam zichzelf helpt om niet opnieuw in contact
te komen met de aandoening.
Internationale onderzoekers vestigen grote hoop op dat therapeutische
principe en de actieve stof abagovomab, die nog steeds klinisch
onderzocht wordt en nog geen vergunning voor commercieel gebruik
heeft.
In een fase II-studie bij 119 patiënten met een gevorderd ovariumcarcinoom
bij wie de standaardbehandelingen niet bleken te werken, leidde
een behandeling met abagovomab bij 70% van de patiënten tot
de vorming van antistoffen tegen de tumor.
|
|
|
|
| Dat veroorzaakte dan weer een verlenging
van de overlevingstijd van 4,9 maanden tot 23,4 maanden.
Omdat die resultaten veelbelovend zijn, is het de bedoeling om snel
klaar te zijn met de ontwikkeling voor de markt, zodat alle vrouwen
met de aandoening zo snel mogelijk gebruik kunnen maken van het
vaccin, als het aan de verwachtingen blijft voldoen.
Patiënten kunnen deelnemen aan de MIMOSA-studie
De MIMOSA-studie (Monoclonal antibody
Immunotherapy for Malignancies
of Ovary by Subcutaneous Abagovomab)
(Immunotherapie met monoklonale antistoffen tegen ovariumkanker
met abagovomab subcutaan) test de doeltreffendheid van het toegediende
vaccin tegenover een placebo. De doelstelling van de studie is om
te testen in hoeverre de remissieperiode en de totale overleving
kunnen worden verlengd.
Bovendien wordt de tolerantie voor herhaalde toedieningen van abagovomab
bestudeerd en is het de bedoeling dat wordt bewezen dat het vaccin
ervoor zorgt dat het immuunsysteem antistoffen vormt.
Er werd aangetoond dat abagovomab tot nu toe goed wordt verdragen.
Tot nu toe werden met deze actieve stof in klinische studies geen
ernstige bijwerkingen vastgesteld.
In de studie kunnen ongeveer 900 vrouwen met eierstokkanker worden
opgenomen. De studie wordt wereldwijd in 151
ziekenhuizen uitgevoerd.
De MIMOSA-studie is een placebogecontroleerde studie
die het effect van abagovomab vergelijkt met dat van placebo. Over
de toewijzing tot de behandelingsgroep (abagovomab of placebo) wordt
bij toeval beslist.
De kans om met abagovomab te worden behandeld, is tweemaal zo hoog
als de kans om tot de controlegroep te worden toegewezen.
Noch de arts noch de patiënt weten of abagovomab of placebo
worden toegediend. De stoffen worden subcutaan ingespoten. Dat betekent
dat het vaccin of het placebo met een kleine naald wordt ingespoten
onder de huid van de bil, de bovendij, de buik of de arm
Als geen ernstige bijwerkingen of terugval van de kanker optreden,
duurt de behandeling minstens 21 maanden en maximaal 45 maanden.
In de inductiefase wordt het vaccin (of placebo) viermaal ingespoten
met tussenperiodes van twee weken. In de onderhoudsfase krijgt de
patiënt maandelijks een inspuiting.
Bij elke behandeling wordt routinematig een lichamelijk onderzoek
gedaan.
Om de gezondheidstoestand uitgebreider te documenteren, moeten de
patiënten hun arts ook regelmatig raadplegen na het afsluiten
van de behandeling.
Meer informatie over de MIMOSA-studie:
www.clinicaltrials.gov
|